De vrijmetselaar ziet als zijn voornaamste opdracht het werken aan de ruwe steen die hij zelf is. Die moet hij geschikt maken om ingepast te kunnen worden in een bouwwerk dat uit levende stenen wordt opgebouwd. Het gebruik van werktuigen, bijvoorbeeld hamer en beitel speelt daarbij een belangrijke rol. In de winkelhaak met zijn rechte hoek ziet hij zijn opdracht verzinnebeeld om in de juiste verhouding te staan met zichzelf, zijn medemens en de Opperbouwmeester, welke inhoud dat begrip voor hem ook mag hebben.

Geef een reactie